Recensies

Met goed paasgevoel naar huis door meditatieve klanken

Concert Johannes Passion van J.S. Bach op zaterdag 27 maart 2010 in de Oostzijderkerk door de COV o.l.v. Herman Rouw, m.m.v. het Promenade Orkest en zes solisten.

(uit het Noord Hollands dagblad van 29-03-2010 door C. van Dongen)

Jezus zal een jaar of 31 zijn geweest toen hij werd gekruisigd. Bas Job Hubatka moet nu ook van die leeftijd zijn, misschien iets ouder. Een voorbeeldige keus om hem de Christuspartij te laten vertolken in deze "Passio secundem Johannem". Soeverein zingend, met statuur, figuurlijk en letterlijk de rug recht houdend tegen de aanklachten. Want dat is het grote verschil met de Matthäus Passion, waarin het lijden centraal staat, en hier, in de Johannes, de aantijgingen en het proces tegen Jezus. Dat laatste zorgt voor een boeiend steekspel tussen de twee bassen, Hubatka en Wiebe-Pier Cnossen als Pilatus, die, ondanks zijn rol als slampamper en gladjanus, vocaal zijn mannetje staat met soms vileine intonatie. De rol van het koor in dit alles is, op mooie wijze, dubbelhartig: fel en opstandig in hun beschuldigingen, het volk laat liever moordenaar Barrabas vrij dan Jezus, en bespiegelend in de koralen, in rustig tempo door dirigent Herman Rouw neergezet. De meest ontroerende passage is de dialoog tussen de om uitleg vragende Cnossen, na Christus dood, en de berustend gezongen antwoorden van de koorleden, die daarbij in alle rust op hun stoel blijven zitten. Het verhaal wordt verteld door Geert Berghs die af en toe op zijn tenen moet lopen om in zijn verteldrift niet uit de bocht te vliegen maar, zeker qua bereik en begeestering, een overtuigende evangelist neerzet. De andere zangsolisten hebben het moeilijk zich staande te houden tegenover de instrumentalisten uit het orkest. Karoline Hartman heeft een prachtige alt, maar is in haar aria qua volume niet opgewassen tegen de te hard spelende hobo's en fagot. Te weinig subtiel orkestspel, iets dat ook geldt in de sopraanaria van Lisette Emmink, die het moet opnemen tegen twee welluidende, maar luide dwarsfluiten. Wel mooi is de tokkelende luit en de (te) schuchter gezongen aria van tenor Henk Gunneman. Bij de twee slotdelen van het koor is sprake van een gelukkig toeval. 'Ruht wohl', rust zacht, het prachtige koraal, is nog geen seconde tot een goed einde gebracht (even dreigen koor en orkest uit de pas te lopen) als de klokken van de Oostzijderkerk het halve uur slaan. De meditatieve klanken waarmee de COV eindigt doen het publiek met een goed paasgevoel huiswaarts keren.

COV zorgt voor een memorabele avond

Concert Carmina Burana van Orff en Liesbesliederwalzer van Brahms op zaterdag 28 november 2009 in de Oostzijderkerk door de COV o.l.v. Herman Rouw, m.m.v. het Promenade Orkest (slagwerksectie), Wilma Broere-vleugel, Gilbert den Broeder-vleugel, Elma van den Dool - sopraan, Ard Verkerke - tenor, Job Hubatka - bas/bariton, Het Amsterdams jongens- en meisjeskoor.

(uit het Noord Hollands dagblad van 30-11-2009 door C. van Dongen)

Een memorabele avond met een zinderende apotheose. Een concert dat de toeschouwers lang zal heugen. Weet je nog, die geweldige uitvoering van de Carmina Burana door de COV, op die herfstige novemberavond in 2009? Een avond die zo lieflijk begon met de Liebesliederwalzer van Brahms door het 80-koppige koor en piano vierhandig. Met als toegift zestien walsjes voor piano, eveneens quatre-mains gespeeld, met dirigent Herman Rouw in een ongebruikelijke rol als pianist, samen met Wilma Broere achter het klavier. Voor beide werken gold: zonnige geluiden van een zwoele nazomerdag, gelardeerd met vleugjes weemoed van de naderende herfst. Voorbodes van onstuimiger omstandigheden, die aan het eind van de pauze met een donderklap op de gong werden ingeluid. De COV had gekozen voor de oerversie van Carl Orffs Carmina Burana, voor koor, solisten, twee piano's en slagwerk. Een perfecte keuze die zorgde voor een helder klankbeeld waarin de koorleden moeiteloos overeind bleven in het geweld van pauken, grote trom, buisklokken, xylofoon, bekkens, klokkenspel en ander slagwerk.  Het slanke, haast kamermuziekachtige koor klonk als een groepje monniken, intiem bijeen in een kleine kapel. Uiterst transparant. en imposant! Iets dat zeker ook gold voor de solisten die hun vocale kunsten koppelden aan een levendige presentatie. Tenor Ard Verkerke liet zijn stembanden welhaast falset zingen. Basbariton Job Hubatka stortte zich met volle overgave op de wereldlijke geneugten van drank en goklust in de taverne. De hoge passages, en dat voor een bas, met durf gezongen. En dan Elma van den Dool. De sopraanpartij is klein, maar welk een stempel drukte zij op het geheel. In een engelachtig witte avondjurk zong zij samen met de nimfen van het jongens- en meisjeskoor, om nog geen minuut later in een koraalrood gewaad op te komen als toonbeeld van de zinnelijke liefde. Aan het slot steeg ze als een leeuwerik naar de zon. Volmaakt? Nee, gelukkig niet! Hier werden immers risico's genomen, hier werd muziek gemaakt op het scherp van de snede. De kerk stond na afloop dan ook op haar grondvesten te schudden, ditmaal van de daverende ovatie.

 

 

Haydn's Schöpfung, genot voor de luisteraar

Concert op zaterdag 16 mei 2009 in de Oostzijderkerk door de COV o.l.v. Herman Rouw, m.m.v. Het Promenade Orkest, Lisette Emmink - sopraan, Joost van der Linden - tenor, Wiebe-Pier Cnossen - bariton.

(uit het Noord Hollands dagblad van 18-05-2009 door C. van Dongen)

De 200ste sterfdag van Joseph Haydn, eind deze maand, vormde de ideale gelegenheid voor de COV om Die Schöpfung, een meesterwerk dat de componist blijvende roem zou schenken, op de lessenaar te plaatsen. We nemen aan dat Haydn zich bij dit concert in zijn graf heeft omgedraaid, maar dan wel van genoegen, vrolijke opwinding en ontroering. met zijn oren tegen de kist, om geen noot van deze muzikale ménage à trois tussen een gedreven orkest, drie puike solisten en een bevlogen 80-koppig koor, te hoeven missen. Reeds bij de eerste paukenroffel voel je dat het met de begeleiding wel snor zit. Het voorspel is lekker zwaar aangezet, als in een symfonie van Brahms; de instrumentale spitsvondigheden van Haydn, de Vader van de Symfonie, worden ingebed in een romantische setting. Een genot voor de luisteraar om, met het tekstboek in de hand te ontdekken hoe Haydn al die zeer tot de verbeelding sprekende elementen uit het scheppingsverhaal instrumentaal en vocaal verklankt. Zoals de geluidseruptie, als het koor zingt 'en het werd licht'. Het zwerk breekt open, de luisteraar zit onder dit natuurgeweld bijkans te sidderen in de kerkbank. En zo gaat het maar door, in deze programmatische muziek. Storm, donder en bliksem, hagel, rollende golven, brullende beesten, kruipend gedierte, alles wordt zeer beeldend weergegeven, in het orkest, maar zeker ook vocaal. De drie solisten fungeren daarbij als aartsengelen, die de zeven dagen van de schepping zeer invoelbaar aan het publiek presenteren. Drie hoogtepunten ter illustratie, te beginnen met de indringende wijze waarop bariton Wiebe-Pier Cnossen met een handjevol lage strijkers de waterbewoners van de zeeën toezingt. Ademloos luistert het publiek. De aria van de sopraan Lisette Emmink, als de engel Gabriël in het vrolijke lied van de leeuwerik, doet de grenzen tussen oratorium en opera vervagen. Met 'écht' koerende duiven door de fagot. Tot slot de imponerende fluisterzang van tenor Joost van der Linden, als Uriël, geroerd als hij is door ontelbare gouden sterren. En telkens is daar weer de mens, in de gedaante van het robuuste koor, dat uitbundig en bewogen de lof van al dit moois bezingt. Heerlijk om zo te mogen zingen. Wie het ook eens wil proberen: de openbare repetitie van de COV, 26 mei in de Noorderkerk 20.00 uur, biedt geïnteresseerden daartoe een uitgelezen kans.

  "Welluidende ode aan Sint Nicolaas"

Concert op zaterdag 15 november 2008 in de Oostzijderkerk door de COV o.l.v. Herman Rouw, m.m.v. het Amsterdams jongens- en meisjeskoor, Wilma Broere - vleugel, Henny Heikens - orgel en Geert Bergs - tenor.

(uit het Noordhollands Dagblad van 17-11-2008 door P.Roggeveen)

Kan het toepasselijker: een loflied op Sint Nicolaas, de bisschop van Myra, uitgerekend op de dag dat hij zijn feestelijke opwachting maakt in Zaandam? Nog mooier wordt het als de bisschop zelve de tijd vindt om acte de présence te geven op het concert om te luisteren naar zijn eigen boeiend en turbulent levensverhaal, omringd door meer dan driehonderd belangstellenden. Een betere timing was niet denkbaar. Het concert was dit keer geheel anders dan anders. Vrijwel zonder uitzondering heeft de COV grote orkestwerken op haar programma van vermaarde componisten uit vroeger tijden, maar zaterdag stond het concert geheel in het teken van Engelse koormuziek en de Saint Nicolas Cantata. De koormuziek uit de rijke Engelse traditie, was een opmerkelijke keuze, vooral door de afwisseling van zwaarwichtige met meer lichtvoetige werken van moderne componisten als Ralph Vaughan Williams en John Rutter. Een krachttoer ook voor de koorleden die op hun tenen moesten lopen om het tot een goed eind te brengen. En dat lukte wonderwel. Opmerkelijk  was ook dat het koor het dit keer moest stellen zonder de begeleiding van een groot orkest. Een financiële kwestie, aldus voorzitter Greet Stadt in haar voorwoord. Uitvoeringen zijn dusdanige dure producties geworden dat de subsidies niet toereikend zijn om dat alles te bekostigen. en dus diende er bezuinigd te worden en werd voor het orkest een andere oplossing bedacht. Die oplossing pakte goed uit, want met Wilma Broere aan de vleugel en Henny Heikens achter het imposante Flaes-orgel was de instrumentale ondersteuning prima in orde. Klapstuk van de avond  vormde de lofzang op Sint Nicolaas waarin het publiek wordt meegevoerd in een reis door de tijd waarbij in negen scènes allerlei gedenkwaardige gebeurtenissen uit het leven van de bisschop de revue passeren. Een heerlijk samenspel van koor, een ernstige Nicolaas in de persoon van tenor Geert Bergs en de ragfijne stemmen van het Amsterdams jongens- en meisjeskoor. Een dynamische ode aan een heilige, het geloof, vroomheid en de wonderen. Dan weer jubelend, dan weer ingetogen. Dat het publiek genoot bleek na afloop toen dirigent, musici en koorleden werden beloond met een staand applaus dat vele minuten aanhield. Om verlegen van te worden.

"Matthäus Passion blijft zuivere paaskraker"

concert op Zaterdag 15 maart 2008 in de Oostzijderkerk m.m.v. het Promenade orkest en het Amsterdam jongens - en meisjeskoor o.l.v. Herman Rouw 

(uit het Noordhollands Dagblad van 17-3-2008 door C.v.D.)

Ver voor het begin stond een lange rij met wachtenden voor de ingang. Allen wensten een fatsoenlijk plaatsje te veroveren in deze kerk, met zijn harde banken, om de drie uur durende uitvoering van de Matthäus Passion, de traditionele paaskraker, door het COV te mogen bijwonen. Het wachten werd beloond: de COV-ers ontroerden met schitterend gezongen koralen. Om de dubbelkorigheid van deze passiemuziek optimaal tot uitdrukking te laten komen nam het koor in symmetrische slagorde plaats onder het orgel. In het midden stonden een 45-tal mannen en jongens, links en rechts geflankeerd door zo'n 70 damesstemmen. De wisselzang, het ingenieuze vraag- en antwoordspel in deze passiemuziek, zorgde voor een kunstige stereoweergave. Direct in het zwaarmoedige openingskoor was het goed raak: een donker eikenhouten timbre uit het orkest, aangrijpende koorklanken, en de bescheiden (maar onmisbare) inbreng uit twintig jongenskelen, de knapen die met hun koraal het cement vormden in dit complexe muzikale breiwerk. Prachtig!

Vervolgens ontvouwde zich een simpele verhaallijn met indringend zangspel. Met tenor Jos van der Velde, als verteller. Hij deed dit met verve. Met de mimiek van een onderwijzer die een spannend verhaal voorleest, met een soms van enthousiasme overslaande lichte stem, zette hij een overtuigend evangelist neer. Basbariton Hans van Heiningen, de Christusfiguur stond op eenzame hoogte. Ja, als hoofdpersoon in het lijdensverhaal, maar vooral vocaal met zijn nobel statuur gezongen monologen. Dat niveau werd niet gehaald door de andere solisten, door een geringer bereik en wat missertjes in de zuiverheid. Over de hele linie viel volop te genieten. De tranenroerende aria's van alt-mezzo Myra Kroese (invaller voor een zieke collega) werden fraai begeleid door een obligate dwarsfluit of hobo uit het orkest. Idem voor de aandoenlijke begeleiding door de viola da gamba in een indringend gezongen aria van bas Ronald Aijtink. De partijen van sopraan Lisette Emmink en tenor Rein Kolpa waren klein van omvang, maar, zoals in het solistische slotkwartet, sprak uit iedere noot hun passie. Het ferm door de zangers van COV gezongen slotkoraal sloot intiem af met "Rust zacht", een moment vol berusting, dat na enkele tellen stilte op bruuske wijze, doch terecht, werd verbroken met een groot applaus.

 

Jubileumconcert met het Requiem van Verdi

door COV Zaanstreek, met diverse solisten en het Promenadeorkest o.l.v. Herman Rouw, op 27 0ktober 2007.

(Noordhollands Dagblad  29-10-2007, door Cor van Dongen)

Tussen hemelgewelf en poorten van de hel

Een feestelijke entourage bij dit jubileumconcert van de COV ter gelegenheid van het 80- jarig bestaan. Fraaie bloemstukken en negen kroonluchters, die het koper van trombones, hoorns, trompetten en tuba deden fonkelen. Want een uitgebreide kopersectie is een vereiste voor dit Requiem, een spektakelstuk van jewelste, vandaag in een uitvoering die in één woord te typeren valt als: overdonderend! De laatste keer dat de COV dit werk ten gehore bracht was in 1992, een concert met grote impact door de Bijlmerramp van enkele dagen daarvoor. Maar muzikaal gezien komt de uitvoering van afgelopen zaterdag met stip op één, mede dankzij een subliem solistenkwartet. Eigenlijk is deze requiemmis pure opera. Verdi laveert in tekst en muziek tussen het hemelgewelf en de poorten van de hel en dat zorgt voor adembenemende stemmingswisselingen, van devoot tot jubelend.

Sidderen

Een kolfje naar de hand van alt Myra Kroese en sopraan Heleen Koele in een prachtig duet, waarin de lage en hoge stemmen dan weer samensmelten, dan weer prachtig hun eigen weg gaan. De jammerklacht van bas Frans Fiselier doet de luisteraars sidderen in de banken van de tot de laatste plaats bezette kerk. Tenor Marten Smeding bezingt in zijn solo glashelder, zonder enige larmoyant spoortje, zijn hoop op eeuwig leven. Maar het zijn vooral de talrijke kwartetten van solisten plus koor die voor kippenvel zorgen, in heftige erupties, maar ook in veelbetekenende stiltes, zoals in het aangrijpende Lacrimosa. Dit zangstuk is een werk van uitersten, een krachttoer voor het koor, want het valt niet mee om je, ook al sta je daar met negentig man, staande te houden in het muzikale geweld van een voluit spelend symfonieorkest. De rode hoofden bij sommige koorleden tijdens het Dies Irae, als de graven op de dag des oordeels openspringen, spreken boekdelen. Maar 't ging ze prima af! Vocaal weerwerk van klasse tegen de onstuimige pauk en grote trom en de spetterende trompetten op de orgelgalerij, als bij de bazuinen uit het laatste Oordeel. Met een zinderend slot, na de geluidsexplosie van orkest en sopraan, die als een feniks uit de as van de eeuwige dood opstijgt, als het koor uiterst subtiel de woorden prevelt van een intiem gebed. Enkele tellen blijft het publiek doodstil en dan is daar de staande ovatie. COV, proficiat!